Home page Zoeken
top

Bijzondere waarnemingen → doortrekkers en wintergasten

« Terug naar 'Hoe te handelen bij bijzondere waarnemingen'

Potentiële zeldzame doortrekkers en wintergasten

[sorteer alfabetisch]
Soort Potentiële broedvogels »  Opmerkingen
Op doortrek passeert een groot aantal Roodkeelduikers onze kust, op weg naar nog zuidelijker gebieden. Bovendien blijft een flink aantal voor de Nederlandse kust overwinteren.
Beide duikersoorten worden weinig gezien in Meijendel. In winterkleed kan Roodkeelduiker een enigszins geparelde rug hebben.
De meeste vogels zijn zeer waarschijnlijk ontsnapte siervogels, welke zich jaarrond in Nederland bevinden. Wilde vogels trekken in de winter naar warmer oorden.
Is tijdens tweetal wintertellingen in 2016 en 2017 gezien in Meijendel.
Is tijdens wintertellingen gezien in Meijendel, één keer in 2016 en één keer in 2017.
Valstrik is dat er landelijk meer hybriden (met Tafel- of Kuifeend) worden gemeld dan zuivere. Van 2004 t/m 2010 jaarlijks (augustus t/m oktober) een Witoog- x Tafeleend in Meijendel.
Met de toenemende populatie in Nederland stijgt de kans op een doortrekker in Meijendel. Op 21 mei 1999 vloog er 1 over kavel 73, die ook neerstreek en in augustus en september 2006 1 langdurig in Meijendel.
Met de uitbreiding van het Europese broedareaal neemt het aantal waarnemingen van in voorjaar en najaar doortrekkende Steppekiekendieven in Nederland de laatste jaren sterk toe.
Elk jaar wel enkele doortrekkers. Beide soorten (zeker de vrouwtjes en jonge vogels) kunnen worden verward met Blauwe Kiekendief (vooral de Steppen).
Vooral bij aanhoudende oostenwind meer doortrekkers in Nederland, en dan vooral aan de kust.
Is in april 2012 in Katwijk waargenomen.
Is tijdens septembertelling 2016 waargenomen. Broedgeval in 1999 in K73.
Zie ook bij broedvogels. Jongen zwerven na de broedtijd uit en zijn dan lastig te onderscheiden van jonge Grote Bonte Specht.
Wordt de laatste jaren in toenemende mate op trek langs de kust gemeld, vooral in april en mei.
Duin- en Grote Pieper trekken in kleine aantallen zuidwaarts door in september (m.n. Duinpieper) en oktober (beide soorten). Een enkele landt, maar meest vliegen zij strak zuid en is onderscheid op roep noodzakelijk.
Was verspreid voorkomende broedvogel van stuifzanden, heidevelden met open plekken en open duin. In 1994 territorium in Meijendel.
Elk jaar wel enkele doortrekkers langs de kust, die zich verraadt door de langgerekte trekroep.
Vrijwel elk jaar overwinteren er 1 of 2 in Meijendel, voor het laatst in 2013 en 2015.
Trekt vroeg weg uit de oost Europese broedgebieden en wordt vooral in juli en augustus in Nederland (m.n. de kust) in kleine aantallen waargenomen (meestal enkele per jaar).
Jaarlijks in sterk wisselend aantal aanwezig van half augustus t/m half oktober. Het jaar 2010 liet zelfs een invasie zien. Wordt jaarlijks op de ringbaan gevangen. Verborgen gedrag, maar verraadt zich door de roep.
Is in 1983 in Den Haag waargenomen.
Wordt elk jaar in klein aantal waargenomen.
Wordt jaarlijks in de duinstreek gemeld, omdat waarnemers attent zijn op de roep van deze ’hoe verstop ik mij het beste’ vogel.
Wordt jaarlijks waargenomen, vooral in Noord-Nederland (Waddeneilanden). Deze vogels zijn waarschijnlijk afkomstig uit Scandinavië. Let op! De verschillen met de 'reguliere Boomkruiper zijn klein!
Wordt vrijwel jaarlijks gemeld aan de kust (enkelingen).
Invasiegast; geen moeilijke soort.
Elk jaar wel een paar doortrekkers en vaak onvolwassen vogels.
Trekt elk najaar in klein aantal door over Meijendel en landt soms in open gebied (Kikkervallei); de roep is de sleutel als hij alleen overvliegend wordt waargenomen.
Idem, maar op uiterlijk van IJsgors te onderscheiden.
Elk jaar (augustus/september) wel enkele doortrekkers in Meijendel.
Bijna elk najaar (oktober/november) wel een of twee waarnemingen aan de kust. Doet qua houding en kleur (vrouwtje of onv.) eerder aan Paapje denken (late meldingen van Paapje zijn dus het checken waard!)
Met de uitbreiding in westelijke richting van het broedareaal neemt het aantal waarnemingen in Nederland ook toe, m.n. van jonge vogels in de nazomer en herfst. Van 3 t/m 5 september 2011 hield zo’n vogel zich op in kavel 14.
Elk jaar wel een paar in de duinstreek, maar lastig te onderscheiden van Bladkoning. Trek van Humes ligt i.h.a. later (half oktober tot half december).
Wordt tegenwoordig bijna jaarlijks gemeld in Nederland. Moeilijk te onderscheiden van Gierzwaluw, maar zeker late doortrekkers (vanaf eind september tot in November) verdienen extra aandacht!
Wordt de laatste paar jaar elk voorjaar gemeld in Nederland, zeker ook in de duinstreek. Beste periode: april.
Nog steeds een pure dwaalgast, maar op 30 oktober 2011 een onvolwassen exemplaar in de helmduinen.